De gids begon naast het radiotoestel
De Nederlandse omroepgids begon niet bij televisie. Omroepverenigingen wilden hun luisteraars vertellen wanneer muziek, toespraken, kerkdiensten, hoorspelen en nieuwsuitzendingen te horen waren.
Een blad van de eigen omroep
De gids hoorde bij de verzuilde samenleving. Katholieken, protestanten, socialisten, vrijzinnig-protestanten en meer algemene luisteraars hadden hun eigen omroep en vaak ook hun eigen blad. Het programmablad bevatte niet alleen uitzendtijden, maar ook artikelen, commentaren en verhalen die bij de achterban pasten.
Bij de VARA verscheen in 1926 bijvoorbeeld Radio, de voorloper van de latere VARAgids. Andere omroepen hadden bladen met namen als Radiobode, Katholieke Radio Gids en Omroepgids. Een abonnement was vaak verbonden met het lidmaatschap van een omroepvereniging. De gids hielp de omroep zo aan leden, inkomsten en invloed.
Televisie verovert de kolommen
Toen in 1951 de officiële Nederlandse televisie-uitzendingen begonnen, waren de uitzenduren beperkt en stond er nog lang niet in ieder huishouden een toestel. Maar televisie veroverde snel de woonkamer. De radiogids werd een radio- en televisiegids en het tv-overzicht kreeg steeds meer ruimte.
Programmatitels, aanvangstijden en korte toelichtingen werden vaste onderdelen. Ook verschenen foto’s en interviews met omroepers, acteurs, presentatoren en zangers. Omdat er weinig netten waren, paste bijna het hele televisieaanbod overzichtelijk op een paar pagina’s.
De gids gaf programma’s een gezicht en bracht de omroep een hele week lang bij zijn leden thuis.