Een kopie voordat kopiëren gewoon werd
Carbonpapier was geschikt voor enkele doorslagen. Voor vijftig lesbladen, formulieren of convocaties was een andere oplossing nodig.
Op scholen, kantoren, verenigingen, kerken en redacties stond daarom vaak een stencilmachine. Het apparaat maakte kleine oplagen betaalbaar, zonder dat er een drukker aan te pas hoefde te komen. De kwaliteit was bescheiden, maar voor dagelijks gebruik ruim voldoende.
De techniek werd aan het einde van de negentiende eeuw ontwikkeld. De naam Gestetner raakte er zo sterk mee verbonden dat mensen soms eenvoudig over „de Gestetner” spraken. Ook merken als Roneo en Rex Rotary werden bekend. Er waren kleine handmachines in een koffer en grotere modellen met een onderstel of elektrische aandrijving.
Typen zonder inktlint
Het belangrijkste onderdeel was het stencil: een dun moedervel met een wasachtige deklaag. Daarop werd de tekst meestal met een schrijfmachine getypt. Het inktlint werd uitgeschakeld. De letters moesten niet met lintinkt op het vel verschijnen; de aanslagen moesten de deklaag doorbreken.
Dat vergde aandacht. Een te lichte aanslag leverde een onduidelijke letter op, maar te hard typen kon het kwetsbare vel beschadigen. Hoofdletters, onderstrepingen en tabellen moesten vooraf goed worden uitgedacht. Een afbeelding kon met een speciale stift in het stencil worden getekend, al was een fraaie illustratie maken een vak apart.
De verkeerde letter werd met correctievloeistof dichtgemaakt. Pas als die droog was, kon de juiste letter eroverheen worden getypt.