Op een rek voor de campingwinkel stonden ze allemaal: het strand bij zonsondergang, de boulevard, het zwembad van het hotel en een luchtfoto van de badplaats. Sommige kaarten hadden één groot beeld. Andere propten vijf of zes foto's in kleurige kaders, met Groeten uit in sierlijke letters erboven. Je draaide het rek een paar keer rond. Welke kaart zou oma leuk vinden? En welke was voor de buren, die de planten water gaven?
Eerst de adressen
Wie kaarten wilde sturen, moest wel de adressen bij zich hebben. Ze stonden in een adresboekje, op een los briefje tussen de reisdocumenten of op een lijstje dat thuis nog snel was geschreven. Een postcode vergeten? Dan werd er naar huis gebeld, of je waagde het erop. Voor een buitenlandse kaart moest je bovendien nog de juiste postzegel zien te vinden. Bij een kiosk wees je op de kaart en zei je zoiets als: ‘Voor Nederland, alstublieft.’
Het schrijven gebeurde aan een cafétafel, op een balkon of 's avonds in de caravan. Een pen die het niet goed deed, een kaart die eigenlijk geen ruimte bood en nog vijf adressen te gaan. Veel boodschappen leken op elkaar: ‘Het is hier prachtig’, ‘We hebben mooi weer’ en ‘Veel liefs van ons allemaal’. Bij regen werd het weer soms diplomatiek omschreven als ‘wisselvallig’. Ondertussen vertelde de gekozen afbeelding al een groter verhaal: kijk eens waar wij zijn.

De brievenbus als laatste halte
Dan begon de zoektocht naar een brievenbus. Soms hing er een bij het hotel of de receptie, soms moest je nog een eindje lopen. Op de terugweg bedacht iemand dat er óók nog een kaart naar een tante moest. Of dat de postzegel op de kaart voor opa scheef zat. Dat laatste maakte natuurlijk niets uit, maar het hoorde bij het ritueel: de kaarten moesten echt op de bus vóór de vakantie voorbij was.
Thuis was het wachten. De kaart kon aankomen terwijl je nog weg was, maar ook pas nadat de koffers alweer waren uitgepakt. Eenmaal bezorgd belandde hij op de schoorsteenmantel, met een magneet op de koelkast of op het prikbord in de keuken. De boodschap was vaak kort. Het handschrift, de gekozen kaart en het poststempel maakten hem persoonlijk.

‘De groeten’ is nog niet verdwenen
Later werd het makkelijker om tijdens de vakantie direct iets van je te laten horen. Eerst met een telefoontje, daarna met een sms en nu met een foto of spraakbericht. Je kunt in één keer de hele familie laten zien hoe het uitzicht vanaf je terras is. De ansichtkaart verloor daarmee zijn vanzelfsprekende plek op het vakantielijstje, maar verdween niet. Je kunt nog steeds kaarten kopen, schrijven en versturen.
Misschien is juist de kleine moeite de reden om het af en toe nog te doen. Je kiest een kaart voor één persoon, zoekt een pen, schrijft diens adres op en laat het bericht reizen. Wie hem ontvangt, houdt iets in handen dat je zelf even in handen hebt gehad. En tussen oude papieren kan jaren later zomaar zo'n kaart tevoorschijn komen: ‘Hier alles goed. Morgen gaan we naar het strand. Groetjes!’
