Rubriek 02

Bellen &
berichten

Bereikbaar zijn betekende ooit thuisblijven bij de telefoon. Onderweg zocht je een telefooncel, voor haastig nieuws stuurde je een telegram en een pieper vertelde alleen dát iemand je nodig had.

Bekijk de verhalen

Van telefoniste naar broekzak

Een kleine tijdlijn

  1. Amsterdam krijgt het eerste openbare telefoonnet van Nederland, met 49 aansluitingen.

  2. Op het Valeriusplein in Amsterdam verschijnt de eerste openbare straattelefooncel.

  3. De openbare Semafoondienst gaat van start: oproepen worden via radio uitgezonden.

  4. KPN draagt de telegramdienst over. Het telegram blijft als kleine, gespecialiseerde dienst bestaan.

01 · Thuis bellen

Een ivoorkleurige Nederlandse T65-telefoon met draaischijf en gekruld snoer
Nederlandse T65-telefoon. Foto: Zutje, Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0.

De telefoon stond meestal op een vaste plek in huis. De snoerlengte bepaalde hoe ver je tijdens het gesprek kon lopen.

De draaischijftelefoon

Je nam de hoorn op, wachtte op de kiestoon en draaide ieder cijfer afzonderlijk. Een fout bij het laatste cijfer betekende: ophangen en opnieuw beginnen.

Zo koos je een nummer

Je stak een vinger in het gat bij het eerste cijfer en draaide de schijf met de klok mee tot aan de metalen aanslag. Daarna liet je los. Terwijl de schijf terugliep, stuurde het toestel een reeks stroompulsjes naar de telefooncentrale. Die pulsen vertelden welk cijfer je had gekozen.

Zo ging dat

  1. 1
    De hoorn opnemen

    Een constante kiestoon liet horen dat de lijn vrij was en je kon beginnen.

  2. 2
    Cijfer voor cijfer draaien

    Voor een nul maakte de schijf bijna een hele ronde. Lange nummers kostten dus tijd.

  3. 3
    Luisteren naar de tonen

    De overgaande toon betekende wachten. Een korte, steeds herhaalde toon betekende: in gesprek.

  4. 4
    De hoorn terugleggen

    Daarmee werd de verbinding verbroken en kwam de lijn weer vrij.

De telefoon hoorde bij het huis

Veel gezinnen hadden één toestel, vaak in de gang of woonkamer. Iedereen kon horen dat er gebeld werd — en soms ook meeluisteren. Een tweede toestel op de slaapkamer was al luxe. Telefoonnummers kende je uit je hoofd of zocht je op in een adresboekje en de dikke telefoongids.

Herkenbaar?

De krul in het snoer, het briefje met belangrijke nummers naast het toestel en de zware bel die door het hele huis klonk.

Wat kwam ervoor in de plaats?

Vanaf de jaren tachtig werden druktoetstoestellen steeds gewoner. Daarmee koos je sneller en kreeg je toegang tot nieuwe telefoondiensten. Draadloze huistelefoons en later mobiele telefoons maakten bellen uiteindelijk los van die ene vaste plek.

02 · Onderweg bellen

Historische Nederlandse rijkstelefooncel van metaal en glas
Rijkstelefooncel in Amsterdam. Foto: OSeveno, Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0.
Twee gebruikte PTT-telefoonkaarten van tien en twintig gulden
PTT-telefoonkaarten. Foto: Milliped, Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0.

De glazen telefooncel was een vertrouwd herkenningspunt. Later hoefde je geen muntgeld meer te bewaren: de telefoonkaart hield het beltegoed bij.

De telefooncel en telefoonkaart

Wie onderweg wilde bellen, zocht een glazen hokje. Eerst met muntgeld, later met een plastic kaart waarop een vast bedrag aan beltegoed stond.

Altijd kleingeld op zak

Bij een munttoestel wierp je geld in en draaide of toetste je het nummer. Tijdens het gesprek hoorde je soms een waarschuwing dat het tegoed bijna op was. Dan moest er snel een extra munt in. Wie geen passend geld had, probeerde het bij een winkel of café te wisselen.

Bellen met een chipkaart

De telefoonkaart maakte de geldlade overbodig. Je kocht een kaart met een vast tegoed, stak hem in het toestel en zag op een scherm hoeveel eenheden of welk bedrag nog beschikbaar was. Tijdens het bellen liep het tegoed terug. Een lege kaart kon niet opnieuw worden geladen en werd vaak weggegooid — of bewaard door verzamelaars.

1931

De eerste straattelefooncel van Nederland stond op het Amsterdamse Valeriusplein.

PTT-groen

De kleur waarin de bekende Nederlandse cellen jarenlang in het straatbeeld stonden.

Een openbaar gesprek

Privacy was betrekkelijk. Achter het glas reden fietsen en trams voorbij en buiten kon iemand ongeduldig wachten. Toch was de cel onmisbaar bij autopech, een gemiste trein of de mededeling dat je later thuiskwam. Daarom stonden telefooncellen vooral bij stations, pleinen en andere drukke plekken.

Voor vertrek

Je schreef het telefoonnummer op een papiertje. Zonder contactenlijst in je broekzak had je anders weinig aan de telefooncel.

Waarom de cellen verdwenen

Met een mobiele telefoon kon hetzelfde gesprek overal worden gevoerd. Het gebruik van openbare telefoons liep snel terug en veel cellen werden verwijderd. Een klein aantal bleef nog een tijd staan of kreeg een nieuwe bestemming als minibibliotheek, kunstwerk of kast voor een AED.

03 · Dringend bericht

Vijf PTT-telegrambezorgers in uniform met hun motorfietsen
PTT-bezorgers voor telegram- en expressestukken. Foto: Cees de Boer, Noord-Hollands Archief via Wikimedia Commons · CC0.

Telegrammen werden niet alleen verzonden, maar ook met spoed bezorgd. De speciale PTT-bezorgers hadden daarvoor eigen motorfietsen.

Het telegram

Een telegram was sneller dan een brief en plechtiger dan een telefoontje. De tekst werd doorgegeven via een telegraafverbinding en daarna op papier bij de ontvanger bezorgd.

Hoe stuurde je een telegram?

Je gaf de tekst en het adres op bij een post- of telegraafkantoor, of dicteerde het bericht telefonisch aan de telegramdienst. Een medewerker zette de boodschap om voor verzending. Aan de andere kant werd de tekst weer afgedrukt of uitgetypt en door een besteller naar het opgegeven adres gebracht.

Kort schrijven loonde

  1. 1
    Alleen de kern

    Omdat lengte meetelde voor de prijs, verdwenen beleefdheden en overbodige woorden.

  2. 2
    Duidelijke adressen

    Naam, straat en plaats moesten voldoende zijn om de boodschap snel te bezorgen.

  3. 3
    Verzenden via de dienst

    De afzender gaf de tekst af; personeel zorgde voor de technische overdracht.

  4. 4
    Bezorging aan de deur

    De ontvanger kreeg een papieren boodschap, vaak in een herkenbare envelop.

Nieuws met gewicht

Telegrammen werden gebruikt voor dringende familieberichten, zakelijke opdrachten en officiële mededelingen. Ze konden slecht nieuws brengen, maar ook felicitaties bij een huwelijk of jubileum. Juist doordat er een besteller voor de deur stond, voelde de boodschap belangrijk.

Is het telegram verdwenen?

Bijna, maar niet helemaal. Telefoon, fax, e-mail en mobiele berichten namen de praktische functie over. KPN stopte in 2001 met de eigen telegramdienst en droeg die over aan een gespecialiseerd bedrijf. Een telegram versturen kan daardoor nog steeds, maar het is een bijzondere gelegenheidsdienst geworden.

04 · Altijd oproepbaar

Een donkere Motorola-pieper met klein beeldscherm en twee knoppen
Klassieke Motorola-pager. Foto: Jakez, Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0.

De pieper kon je laten weten wie je moest bellen, maar was zelf geen telefoon. Voor een antwoord zocht je nog steeds een vast toestel.

De semafoon en pieper

Een klein kastje aan je riem piepte of trilde wanneer iemand contact zocht. Op het scherm verscheen een code of telefoonnummer: het teken om zo snel mogelijk terug te bellen.

Een oproep via de radio

De afzender belde een centrale en koos het nummer van de semafoon. Het netwerk zond daarna een gecodeerd radiosignaal uit. Alleen het bedoelde apparaat reageerde. Vroege modellen lieten met lampjes een afgesproken betekenis zien; latere piepers konden cijfers en korte teksten tonen.

Bereikbaar, maar niet in gesprek

Een gewone pieper werkte maar één kant op. Je wist dat iemand je zocht, maar kon via het apparaat niet antwoorden. Artsen, monteurs en vertegenwoordigers zochten daarom na een oproep een telefoon. Het nummer op het scherm vertelde vaak meteen wie er gebeld moest worden.

1Iemand belt de semafoondienst
2Het netwerk zendt de oproep uit
3De pieper toont een nummer of code
4De drager zoekt een telefoon

Van koffermodel tot broekzak

Toen de Nederlandse Semafoondienst in 1964 begon, waren ontvangers nog groot en zwaar en werden ze bijvoorbeeld in voertuigen gebruikt. Later werden ze klein genoeg voor een jaszak of riem. In de jaren tachtig en negentig werd de ‘pieper’ voor veel beroepen een herkenbaar teken van bereikbaarheid.

Niet helemaal verdwenen

In ziekenhuizen en bij hulpdiensten worden piepers en semafoonnetwerken nog gebruikt. Ze zijn eenvoudig, snel en kunnen een groot gebied betrouwbaar bereiken.

Wat nam de functie over?

De mobiele telefoon combineerde oproep, gesprek en later sms in één apparaat. Voor de meeste gebruikers was terugbellen via een ander toestel niet langer nodig. Zo verdween de pieper uit het dagelijks straatbeeld, terwijl hij achter de schermen bleef doorwerken.

Verder bladeren

Van een piepje aan de riem naar iedereen altijd bereikbaar.

Bekijk alle rubrieken