‘Zoek het maar op’
Hoe hoog is de Mount Everest? Wie was Napoleon? En wat is eigenlijk het verschil tussen een krokodil en een alligator? Voordat je zulke vragen in een zoekmachine typte, kon het antwoord een paar meter verderop staan. In de boekenkast, achter een zware kaft.
‘Zoek het maar op in de encyclopedie’, zei een ouder. Dat betekende opstaan, de juiste band kiezen en bladeren. Eerst kijken welke letters op de rug stonden. Dan met je duim door de bladzijden, langs de trefwoorden bovenaan de pagina. Eenmaal bij het onderwerp aangekomen, begon het lezen.
Soms vond je meteen wat je nodig had. Soms stond er alleen een korte uitleg met een verwijzing naar een ander trefwoord. Dan ging het eerste boek terug en kwam er een tweede op tafel. Zoeken was iets wat je met je handen deed.
Een indrukwekkende rij
Niet iedereen had thuis een encyclopedie. Een uitgebreide set kostte geld en nam flink wat ruimte in. Er waren ook kleinere uitgaven in één of enkele delen. Wie thuis niet kon vinden wat hij nodig had, kon terecht in de bibliotheek of in een schoolcollectie.
In Nederland was Winkler Prins een bekende naam. De eerste editie verscheen tussen 1870 en 1882 en telde zestien delen. Generaties later stond die naam nog steeds op de ruggen van naslagwerken in Nederlandse boekenkasten. Ook namen als Oosthoek en de Grote Nederlandse Larousse konden daar een plaats hebben.1
Zo’n serie was een gebruiksvoorwerp, maar kon ook indruk maken. Gelijke banden, een verzorgde rug, soms goudkleurige letters: de encyclopedie gaf een boekenkast gewicht. Letterlijk, maar ook als teken dat kennis in huis belangrijk werd gevonden.
Voor ouders kon de aanschaf een investering in de toekomst van hun kinderen zijn. Als die later vragen kregen voor school, zouden de antwoorden alvast klaarstaan.

Een werkstuk begon bij de juiste letter
Voor een spreekbeurt over vulkanen of een werkstuk over het oude Egypte was de encyclopedie een logisch beginpunt. Je kreeg een overzicht, een paar jaartallen en woorden waarmee je verder kon zoeken.
Daarvoor moest je wel weten onder welk trefwoord een onderwerp stond. Een encyclopedie begreep geen volledige vraag. Wie wilde weten waarom de aarde beefde, moest bijvoorbeeld bij ‘aardbeving’ zoeken. Een register kon helpen als iets niet op de verwachte plaats stond.
Vervolgens kwam de vertaalslag. De uitleg was lang niet altijd voor kinderen geschreven. Zinnen konden ingewikkeld zijn; onbekende begrippen vroegen om een nieuwe zoekactie. Je zat met een schrift naast het opengeslagen boek en probeerde er een begrijpelijk verhaal van te maken.
En natuurlijk bestond overschrijven toen ook al. Een keurig geformuleerde alinea in een kinderwerkstuk kon verdacht veel lijken op de tekst uit de encyclopedie.
Je zocht een dier en belandde in de oudheid
Een encyclopedie hoefde je niet van voor naar achter te lezen. Toch was het verleidelijk om door te bladeren nadat je het antwoord had gevonden.
Naast je onderwerp stond iets waarvan je het bestaan niet kende. Een verdwenen beschaving. Een merkwaardig muziekinstrument. Een dier met een onwaarschijnlijke naam. Een portret van iemand die ernstig de wereld in keek.
De alfabetische volgorde bracht onderwerpen samen die inhoudelijk weinig met elkaar te maken hadden. Juist daardoor kon je onverwacht ergens belanden. Je begon met een gerichte vraag en eindigde bij een onderwerp waarover je nog nooit een vraag had gesteld.
Dat maakte de encyclopedie ook geschikt voor een verloren halfuur. Een willekeurig deel uit de kast pakken was genoeg.
De wereld in doorsnede
De afbeeldingen verdienden hun eigen aandacht. Niet iedere uitgave was even rijk geïllustreerd, maar kaarten, tekeningen en fotopagina’s konden een boek ineens tot leven brengen.
Een doorsnede van het menselijk lichaam. De lagen van de aarde. Een schema van een motor. Vlaggen en landkaarten. Waar de tekst moeilijk werd, bood een afbeelding soms houvast.
Je kon lang boven zo’n bladzijde hangen. Met een vinger volgde je een rivier of zocht je een plaatsnaam op een dichtbedrukte kaart. Een afbeelding werd rustig bekeken; er verscheen geen volgend filmpje dat vanzelf begon.

Wat in het boek stond, moest wel kloppen
Een encyclopedie straalde gezag uit. De teksten waren samengesteld en geredigeerd, en de verzorgde uitvoering droeg bij aan het vertrouwen. Als iets erin stond, had je een stevig argument bij een discussie aan tafel.
Toch waren ook encyclopedieën mensenwerk. Redacties bepaalden welke onderwerpen ruimte kregen en vanuit welk perspectief ze werden beschreven. Oudere uitgaven laten bijvoorbeeld zien hoe er in hun tijd werd geschreven over koloniën, andere culturen of de rollen van mannen en vrouwen.
Een oude encyclopedie vertelt daarom op twee manieren over het verleden. Via de gebeurtenissen die erin staan, en via de manier waarop die gebeurtenissen worden uitgelegd.
De boeken werden ouder, de wereld ging verder
Het grote probleem zat in de tijd. Een gedrukte encyclopedie kon na publicatie niet zomaar worden aangepast.
Landen veranderden van naam. Grenzen verschoven. Wetenschappers deden ontdekkingen. Mensen die in het boek nog leefden, overleden. Voor een uitleg over de bouw van een plant hoefde dat geen groot bezwaar te zijn. Bij inwonertallen, politieke leiders of recente techniek maakte het wel verschil.
Sommige uitgevers boden supplementen of jaarboeken aan. Die vulden de oorspronkelijke set aan, maar maakten het opzoeken ook ingewikkelder. Je moest bedenken of het antwoord misschien in een later deel stond.
Een compleet nieuwe encyclopedie aanschaffen was een grotere stap. Daardoor kon een gezin jarenlang dezelfde boeken gebruiken. De wereld veranderde, terwijl op de plank dezelfde landen en dezelfde jaartallen bleven staan.
Eerst een schijfje, daarna het internet
In de jaren negentig kreeg de rij boeken concurrentie van de cd-rom. Microsofts Encarta verscheen in 1993. Digitale encyclopedieën boden zoekfuncties en konden tekst combineren met geluid en bewegend beeld.
Het verschil was groot. Je hoefde niet meer de juiste band te pakken en kon eenvoudig van het ene onderwerp naar het andere klikken. Een hoeveelheid informatie waarvoor eerder een hele plank nodig was, paste op een schijfje.
Daarna maakte het internet die verandering nog ingrijpender. Informatie werd toegankelijk zonder eerst een complete set naslagwerken te kopen. Websites konden bovendien worden bijgewerkt zonder een nieuwe boekeditie te drukken.
Een markant moment kwam in 2012, toen Encyclopaedia Britannica aankondigde te stoppen met haar gedrukte encyclopedie. De 32-delige editie van 2010 was de laatste papieren editie. Het naslagwerk ging digitaal verder.
De kast bleef staan
De vertrouwde encyclopedie verloor daarmee haar centrale rol als eerste adres voor een vraag. Een complete set werd bij een verhuizing eerder iets om over na te denken: gebruiken we die boeken nog, en waar moeten ze staan?2
Maar een oude encyclopedie is niet automatisch waardeloos. Je kunt erin lezen, afbeeldingen bekijken en ontdekken welke kennis ooit als onmisbaar werd beschouwd. Voor actuele gegevens moet je voorzichtig zijn; als tijdsbeeld kan zo’n set juist interessant zijn.
Ook het gebruik zelf blijft herkenbaar. Het gewicht van een deel op schoot. Het zachte geritsel van dun papier. Het boek dat open op tafel bleef liggen omdat iemand straks nog iets wilde nakijken.
De gedrukte encyclopedie gaf kennis een zichtbare plaats in huis. Je kon aanwijzen waar de antwoorden stonden, ook al stonden ze er lang niet allemaal in.3
En soms was het mooiste antwoord het antwoord waarnaar je niet had gezocht.
