Rubriek 03

Onderweg

Een reis begon ooit met papier. Je telde zones, kocht een kaartje aan het loket en vouwde onderweg een kaart open die nooit meer helemaal netjes dicht wilde.

Bekijk de vijf verhalen
Een gebruikte rode nationale strippenkaart
De strippenkaart
Een reiziger ontvangt in 1973 een treinkaartje aan een loket van NS
Een kaartje aan het loket, 1973
Automobielkaart van Nederland uit 1912
Automobielkaart, 1912

Van karton naar contactloos

Een kleine tijdlijn

  1. Het voorgedrukte kartonnen Edmondson-treinkaartje komt in Nederland in gebruik.

  2. De nationale strippenkaart maakt reizen bij verschillende stads- en streekvervoerders eenvoudiger.

  3. NS neemt afscheid van het klassieke kartonnen Edmondson-kaartje.

  4. Op 3 november wordt de strippenkaart voor het laatst als landelijk vervoerbewijs gebruikt.

01 · Bus, tram & metro

Een gebruikte rode nationale strippenkaart met de strippen 13, 14 en 15 zichtbaar
Foto: Sander van der Wel, Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0.

Een kaart was niet voor één rit, maar voor een aantal strippen. De stempel bepaalde waar en wanneer je reis begon.

De strippenkaart

Je stapte in met een kaart vol lege vakjes. Hoeveel ervan werden afgestempeld, hing af van het aantal zones dat je reis doorkruiste.

Waarom er zones waren

Nederland was verdeeld in openbaarvervoerzones. Voor een rit betaalde je het aantal zones plus één basisstrip. Reisde je bijvoorbeeld door twee zones, dan liet je drie strippen afstempelen. De chauffeur, conducteur of stempelautomaat zette een afdruk op de laatste strip die voor die rit gold.

Zo ging dat

  1. 1
    De route bepalen

    Op een zonekaart zocht je uit hoeveel zones je onderweg passeerde.

  2. 2
    De kaart vouwen

    Je vouwde de strippenkaart zo dat de juiste lege strip bovenaan kwam.

  3. 3
    Laten stempelen

    Bij de bestuurder of conducteur zei je je bestemming. Waar zelfbediening gold, gebruikte je de automaat.

  4. 4
    Binnen de tijd overstappen

    De tijd op de stempel bepaalde hoe lang je met dezelfde afstempeling verder mocht reizen.

Eén kaart voor bijna heel Nederland

Voor 1980 hadden tientallen vervoerders hun eigen kaartjes en tarieven. De nationale strippenkaart bracht daar een herkenbaar systeem voor bus, tram en metro voor in de plaats. Er waren onder meer kaarten met 15 en 45 strippen. De kaart voor kortingstarief had een andere kleur.

Herkenbaar?

Een bijna volle kaart in je jaszak. Een stempel die nét over twee vakjes viel. Of bij instappen ontdekken dat er nog maar één strip over was.

Wat kwam ervoor in de plaats?

De OV-chipkaart nam het tellen en stempelen over. In- en uitchecken werd de nieuwe handeling. Op 3 november 2011 verdween de strippenkaart definitief als geldig landelijk vervoerbewijs.

02 · Op het spoor

Burgemeester Van Hofwegen ontvangt in 1973 een speciaal treinkaartje aan het loket van station Barendrecht
Foto: Nederlandse Spoorwegen / Het Utrechts Archief, 1973, CC0.

De letters H en T hielpen de conducteur bij een retourkaartje de heen- of terugreis te markeren.

Het kartonnen treinkaartje

Het klassieke treinkaartje was klein, stevig en voorgedrukt met een vertrekstation, bestemming en klasse.

Een voorraad bestemmingen

Achter het loket lagen kaartjes voor veelgevraagde bestemmingen klaar. De lokettist zocht het juiste kaartje, drukte er datum en prijs op en gaf het door het luikje. Voor minder gebruikelijke reizen kon een kaartje met de hand worden geschreven of later met een apparaat worden bedrukt.

30 × 57 mm

Ongeveer het formaat van het bekende Edmondson-kaartje.

1857

Het jaar waarin dit systeem in Nederland werd ingevoerd.

De kniptang kwam eraan

In de trein controleerde de conducteur het kaartje. Met een tang kwam er een gaatje of later een datumstempel in. Bij retourkaartjes kon de plek van de knip aangeven of de heenreis of de terugreis was gebruikt. Verschillende tangen maakten verschillende vormen, zodat de controle herkenbaar was.

Een kaartje was ook administratie

De kartonnetjes waren waardepapieren. Stations moesten hun voorraad nauwkeurig beheren en de verkoop verantwoorden. Het systeem werkte betrouwbaar, maar vroeg veel ruimte: voor allerlei bestemmingen en kaartsoorten moesten kaartjes klaarliggen.

Wat kwam ervoor in de plaats?

In 1982 verdwenen de klassieke Edmondson-kaartjes bij NS. Computers drukten voortaan grotere papieren vervoerbewijzen af. Daarna volgden kaartautomaten, de OV-chipkaart, e-tickets en reizen met de betaalpas.

03 · Met de auto

Uitgevouwen automobielkaart van Nederland uit 1912, met wegen in rood aangegeven
Automobielkaart van Nederland, J.A. Boom, 1912. Collectie Universiteitsbibliotheek Utrecht.

De kaart lag vaak open op schoot bij de bijrijder — en nam daar al snel de halve voorstoel in beslag.

De papieren wegenkaart

De route werd vooraf bekeken, met een vinger over de kaart gevolgd en soms op een los briefje samengevat.

Van plaatsnaam naar wegnummer

Eerst zocht je vertrek en bestemming in het register. Naast de plaatsnaam stonden een vak en coördinaten, waarmee je de plek op de kaart vond. Daarna volgde je de gekleurde lijnen van hoofdweg naar snelweg en noteerde je knooppunten, afslagen en plaatsnamen die onderweg op de borden moesten verschijnen.

Zo bleef je op koers

  1. 1
    Route vooraf uitstippelen

    Je koos een route op basis van wegsoorten, afstanden en plaatsen langs de weg.

  2. 2
    De juiste kaartzijde klaarleggen

    De kaart werd gevouwen tot alleen het gebied rond de route zichtbaar bleef.

  3. 3
    Borden vergelijken

    Onderweg controleerde je steeds of de verwachte plaatsnaam of het goede wegnummer verscheen.

  4. 4
    Bij twijfel stoppen

    Een parkeerplaats, tankstation of voorbijganger bood uitkomst als de route niet meer klopte.

Geen waarschuwing voor files

Een wegenkaart wist niets van een afgesloten afrit, nieuwe rotonde of actuele file. Verkeersinformatie kwam via de autoradio. Wie een afslag miste, moest zelf een alternatief vinden en eerst ontdekken waar hij of zij inmiddels wél reed.

Niet helemaal verdwenen

Papieren kaarten worden nog steeds verkocht en gebruikt. Ze geven overzicht, hebben geen batterij nodig en werken ook waar geen bereik is.

Wat kwam ervoor in de plaats?

Losse navigatiekastjes werden vanaf de jaren nul algemeen. Daarna nam de smartphone het over, met gesproken aanwijzingen, actuele verkeersdrukte en een route die zichzelf opnieuw berekent.

04 · Achter in de bus

Busconductrice Rita Anderson verkoopt in 1941 een kaartje aan een reiziger in een Londense bus
Een busconductrice verkoopt een kaartje, Londen 1941. Foto: Britse Ministry of Information / Imperial War Museums, publiek domein.

Bij sommige stadsbussen stapten reizigers achterin in, waar de conducteur een vaste zitplaats en geldlade had.

De busconducteur

De chauffeur reed. De conducteur verkocht kaartjes, hielp reizigers en hield in de gaten wanneer iedereen was ingestapt.

Twee mensen op één bus

Niet iedere bus had een conducteur en de werkwijze verschilde per stad en vervoerder. Waar wel een conducteur meereed, zat of stond die vaak bij de achteringang. Reizigers noemden hun bestemming, betaalden contant en kregen een kaartje uit een boekje, rol of verkoopapparaat.

Meer dan kaartjes verkopen

De conducteur kende de lijn en kon vertellen waar iemand moest overstappen. Ook hield die toezicht in het voertuig. Als iedereen binnen was en de deuren veilig dicht konden, kreeg de chauffeur een vertreksein — bijvoorbeeld met een belsignaal.

Geldtas

Voor muntgeld en wisselgeld.

Kaartjes

Voor verschillende ritten en tarieven.

Tang

Om een kaartje te knippen of te merken.

Waarom de conducteur verdween

Vervoerders stapten geleidelijk over op eenmansbediening. De bestuurder ging ook kaartjes verkopen en controleren. Bussen werden daarvoor anders ingericht: instappen gebeurde voortaan voorin, langs de chauffeur. Het verdwijnen gebeurde niet overal tegelijk; in verschillende steden liep dit van de jaren vijftig tot in de jaren zeventig.

Is de conducteur echt weg?

In gewone lijnbussen wel. In trams keerde de functie in enkele steden juist terug, onder meer voor service, toezicht en controle. De vroegere busconducteur met geldtas en kaartjesrek behoort echter tot het straatbeeld van toen.

Verder bladeren

Van onderweg zijn naar thuiskomen.

Bekijk alle rubrieken