Plotseling bepaalde je zelf wanneer de film begon
De videorecorder veranderde de televisie in een klein thuisbioscoopje. De videotheek zorgde voor een voorraad films die bijna niemand zelf kon of wilde kopen.
Voor de videorecorder bepaalde de televisie
Wie thuis een speelfilm wilde zien, was lange tijd afhankelijk van de omroep. De film begon op het tijdstip dat in de gids stond en een gemiste uitzending was echt gemist. In de bioscoop was het aanbod groter, maar ook daar koos de bezoeker uit de films die op dat moment draaiden.
De videorecorder maakte twee nieuwe dingen mogelijk. Je kon een televisieprogramma opnemen om het later te bekijken, en je kon een voorbespeelde band afspelen wanneer je maar wilde. Philips bracht in 1971 zijn eerste videorecorder uit. Daarna streden verschillende systemen om de huiskamer: Betamax van Sony, VHS van JVC en het later ontwikkelde Video 2000 van Philips en Grundig.
De banden pasten niet in elkaars apparaten. Wie thuis Video 2000 had, kon dus niets met een VHS-band. Een videotheek moest in de beginjaren vaak meerdere versies van dezelfde titel aanschaffen of duidelijk aangeven voor welk systeem een hoes bestemd was. VHS won uiteindelijk de strijd. Zelfs Sony, de maker van Betamax, besloot in 1988 ook VHS-recorders te verkopen.
Een winkel voor iets dat je maar één avond nodig had
Voorbespeelde videobanden waren duur. Bovendien wilden de meeste mensen een film één keer zien, niet jarenlang in de kast bewaren. Verhuur paste daarom perfect bij het nieuwe apparaat. Tegen betaling nam je een band één of enkele dagen mee naar huis.
In Nederland ging het razendsnel. Volgens het Historisch Nieuwsblad waren er in 1981 ongeveer 120 videotheken; twee jaar later werden er al ongeveer 4000 geteld. Een deel van die vroege markt was rommelig. Er circuleerden illegale kopieën, de beeldkwaliteit wisselde sterk en sommige zaken waren voortgekomen uit seksshops. Vanaf het midden van de jaren tachtig verschenen nettere winkels op drukke locaties. Ketens als Videoland maakten de videotheek tot een gewone bestemming voor gezinnen.
videotheken in Nederland in 1981, volgens het Historisch Nieuwsblad.
zaken twee jaar later, in een markt die nog nauwelijks was gereguleerd.
Je naam, adres en een pasje
Een videoband vertegenwoordigde een flink bedrag. Daarom kon je meestal niet anoniem binnenlopen en meteen een film meenemen. Eerst werd je lid. De medewerker schreef je gegevens op een formulier of voerde ze later in een computer in. Soms moest je legitimatie tonen of een inschrijfbedrag betalen.
Daarna kreeg je een papieren of plastic pasje met een lidnummer. Bij iedere verhuur werd vastgelegd welke band je meenam en wanneer die terug moest zijn. Zo ontstond een merkwaardig vertrouwde relatie: de medewerker wist niet alleen welke films je graag zag, maar ook of je ze altijd op tijd terugbracht.